Processen worden op verschillende niveaus beschreven. Problemen ontstaan wanneer deze niveaus door elkaar worden gebruikt bij verbeteren. Dit artikel maakt dat onderscheid zichtbaar.
Veel verbeteringen leveren weinig op omdat mensen niet over hetzelfde proces praten. De één kijkt naar het geheel, de ander naar details of instructies. Daardoor worden problemen op het verkeerde niveau aangepakt. Dit artikel laat zien op welke niveaus processen bestaan en waarom het kiezen van het juiste niveau bepaalt of verbeteren effect heeft. Wil je eerst de basis scherp, lees dan wat een proces is.
In organisaties wordt veel over processen gesproken, maar vaak bedoelt iedereen iets anders. De één heeft het over het totale verloop van activiteiten, de ander over een standaard of een werkinstructie. Daardoor lopen gesprekken vast en sluiten verbeteringen niet op elkaar aan.
Processen bestaan niet uit één laag. Ze worden op verschillende niveaus bekeken en beschreven. Elk niveau heeft een eigen doel en betekenis.
Binnen Business Process Management wordt onderscheid gemaakt tussen vier procesniveaus. Deze niveaus helpen om processen op een consistente manier te beschrijven en te verbeteren, zonder verschillende detailniveaus door elkaar te gebruiken.
Elk niveau kijkt naar hetzelfde proces, maar met een ander doel. Het hoogste niveau richt zich op samenhang en prestaties, terwijl lagere niveaus steeds meer detail toevoegen over hoe activiteiten worden uitgevoerd. Verwarring ontstaat wanneer deze niveaus worden gemengd, bijvoorbeeld wanneer procesproblemen worden aangepakt met werkinstructies.
De vier procesniveaus bouwen logisch op elkaar voort. Ze zijn geen alternatief voor elkaar, maar vullen elkaar aan. Het juiste niveau kiezen is bepalend voor effectief verbeteren.
Het hoogste niveau beschrijft het proces van begin tot eind. Van klantvraag tot geleverd resultaat. Dit niveau laat zien waar het proces begint, waar het eindigt en welke hoofdfasen ertussen zitten.
Hier gaat het om samenhang, doorlooptijd en klantwaarde. Prestatie ontstaat op dit niveau. Niet door details, maar door hoe het geheel is ingericht.
Dit niveau is belangrijk voor end to end denken. Zonder dit overzicht worden verbeteringen lokaal en versnipperd. Lees ook end to end denken.
Dit is geen gedetailleerde beschrijving en bestaat vaak uit maximaal zeven processtappen.
Voorbeeld
Denk aan een orderproces. Op dit niveau beschrijf je het proces van bestelling tot levering. Niet hoe de order wordt ingevoerd, hoe besluiten worden genomen of hoe orders worden gepickt, maar de hoofdfasen zoals ontvangen, verwerken, leveren en afronden. Het doel is inzicht krijgen in de totale doorlooptijd en samenhang, niet in de uitvoering per stap.
Op dit niveau wordt het proces verder uitgewerkt in stappen en beslissingen. Het laat zien hoe activiteiten van stap naar stap bewegen en waar keuzes worden gemaakt.
Veel procesbeschrijvingen blijven op dit niveau hangen. Dat is logisch, want het maakt het proces zichtbaar. Tegelijk geeft dit nog geen inzicht in wat er daadwerkelijk gebeurt tijdens de uitvoering.
Flowcharts beschrijven de logica van het proces, niet de uitvoering. Meer hierover lees je bij flowchart.
Voorbeeld
In een orderproces laat een flowchart zien wanneer een bestelling wordt gecontroleerd, goedgekeurd en doorgezet naar levering. Het schema maakt duidelijk welke stappen elkaar opvolgen en waar beslissingen worden genomen, maar laat niet zien hoe de uitvoering binnen die stappen verloopt of waar het wachten ontstaat.
Dit niveau beschrijft welke handelingen daadwerkelijk worden uitgevoerd binnen een processtap. Hier wordt zichtbaar hoe activiteiten worden opgepakt, onderbroken en overgedragen. Dit niveau is sterk gedetailleerd en beschrijft activiteiten. Een activiteit is altijd een werkwoord, zoals controleren, verwerken of muteren.
Wachttijd en variatie ontstaan vooral op dit niveau. Dit is ook waar veel problemen voelbaar zijn, maar zelden structureel worden besproken. Lees meer in waarom wachttijd de grootste vertrager is en variatie in processen.
Zonder duidelijk onderscheid tussen niveau 2 en niveau 3 lijkt het alsof het proces klopt, terwijl de uitvoering vastloopt.
Voorbeeld
In een processtap zoals “order controleren” laat dit niveau zien welke handelingen iemand uitvoert. Denk aan het controleren van gegevens, het terugzoeken van informatie, wachten op aanvullingen en het opnieuw oppakken van de activiteit. Deze handelingen bepalen hoeveel tijd de uitvoering werkelijk kost en waar vertraging ontstaat, ook al lijkt de processtap in de flowchart eenvoudig.
Het laagste niveau beschrijft hoe een handeling precies moet worden uitgevoerd. Dit is nuttig voor consistentie en kwaliteit, vooral bij repeterende activiteiten en bij het inwerken van nieuwe medewerkers. Een standaard manier van uitvoeren helpt om onnodige variatie binnen het proces te beperken.
Problemen ontstaan wanneer dit niveau wordt gebruikt om procesproblemen op te lossen. Extra instructies maken een instabiel proces niet stabieler. Ze voegen detail toe, maar geen samenhang.
Niveau 4 ondersteunt het proces, maar kan het niet ontwerpen of verbeteren.
Voorbeeld
Een werkinstructie kan beschrijven hoe een order stap voor stap in een systeem moet worden ingevoerd. Dat helpt om fouten te voorkomen en nieuwe medewerkers snel in te werken. Als orders structureel blijven wachten of terugkomen, ligt de oorzaak niet in de instructie, maar in de inrichting van het proces waarin deze handeling plaatsvindt.
Veel verbeteringen mislukken omdat het verkeerde niveau wordt gekozen. Procesproblemen worden aangepakt met extra instructies, terwijl het probleem hoger in het proces zit. Door bewust onderscheid te maken tussen de vier niveaus wordt duidelijk waar een probleem thuishoort en welk type verbetering nodig is.
Wie processen wil verbeteren met Lean, begint niet bij details, maar bij het begrijpen van het geheel. Pas daarna krijgen flowcharts, activiteiten en werkinstructies hun plek. Dit is de kern van processen verbeteren met Lean, waarbij inzicht in samenhang bepaalt of verbeteren effect heeft.
Veel discussies gaan mis omdat mensen op verschillende niveaus praten. De één wil het proces verbeteren, de ander past een instructie aan. Beide lijken logisch, maar lossen verschillende problemen op.
Problemen op niveau 1 kun je niet oplossen op niveau 4. Zonder inzicht in niveau 1 blijft verbeteren fragmentarisch. Lees ook wat flow in processen betekent.
Lean helpt om het juiste niveau te kiezen. Eerst begrijpen hoe het proces als geheel werkt. Daarna pas kijken waar detail nodig is.
Door procesniveaus uit elkaar te houden, wordt duidelijk waar verbeteringen thuishoren en waarom sommige oplossingen weinig effect hebben. Wil je het grotere geheel pakken, lees dan processen in Lean.
Processen bestaan uit meerdere niveaus. Van hoogover overzicht tot werkinstructie. Verwarring ontstaat wanneer deze niveaus door elkaar worden gebruikt. Wie processen wil verbeteren, moet eerst begrijpen op welk niveau het probleem zich afspeelt en daar ook het gesprek voeren.