Kwalitatief en kwantitatief onderzoek wordt ook kwalitatief en kwantitatief data genoemd.
Het belangrijkste verschil tussen kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek is dat kwantitatieve data numeriek is en geschikt voor statistische analyse, terwijl kwalitatieve data beschrijvend is en gericht op het begrijpen van meningen en ervaringen van bijvoorbeeld klanten (VOC). Bij het analyseren van data in bijvoorbeeld Lean en Lean Six Sigma kom je vaak deze termen tegen. Maar hoe passen we ze toe in ons Lean-traject? In deze blog leggen we het verschil uit tussen kwantitatieve en kwalitatieve data, geven we voorbeelden en bespreken we hoe je ze effectief kunt gebruiken in de Lean-methode.
Kwantitatief onderzoek probeert feiten te achterhalen en de resultaten worden meestal uitgedrukt in cijfers. Met kwantitatieve data kun je gemiddelden berekenen en de variantie (standaarddeviatie) bepalen. In een Lean-traject meet je vaak de doorlooptijd van een processtap of de variatie in een proces. Resultaten van een kwantitatief onderzoek worden vaak weergegeven in tabellen of grafieken. Denk bijvoorbeeld aan een Runchart, Control Chart en Histogram.
Kwantitatieve data wordt ook wel de “King of Data” genoemd, omdat dit type data objectief is. Een euro is een euro en tijd is tijd. Daar valt niet over te discussiëren.

In Lean-projecten kun je de doorlooptijd meten, oftewel hoe lang het duurt om een taak of proces te voltooien. Door deze tijden bij te houden, kun je de efficiëntie van je processen verbeteren en knelpunten identificeren.
Het meten van het gewicht van producten of grondstoffen is een ander voorbeeld. Deze gegevens kunnen je helpen om productieprocessen te optimaliseren en kwaliteitscontrole uit te voeren.
Door de variatie ten opzichte van het gemiddelde te meten, kun je zien hoe consistent een proces presteert. Dit helpt bij het identificeren van onregelmatigheden die verbeterd kunnen worden.
Het bijhouden van hoe voorspelbaar je processen zijn, helpt je om beter te plannen en je klanten beter van dienst te zijn. Als je weet dat een proces altijd binnen een bepaalde tijd wordt voltooid, kun je betrouwbaardere levertijden aangeven.
Een ander belangrijk aspect is het meten van kosten. Door bij te houden hoeveel iets kost, kun je bepalen waar je geld kunt besparen en hoe je je budget effectiever kunt beheren.
Stel je voor dat je op een afdeling werkt en je wilt weten hoeveel tijd verloren gaat door inefficiënte processen, ook wel verspilling genoemd. Je kunt bijvoorbeeld meten hoeveel tijd medewerkers kwijt zijn aan het wachten op materialen, het opnieuw uitvoeren van taken vanwege fouten, of het verplaatsen van producten tussen werkstations.
Kwalitatieve data, ook wel discrete data genoemd, is beschrijvend van aard en richt zich op interpretaties en ervaringen. Deze data kan worden onderverdeeld in tellingen (count data) of categorieën (attribute data). Denk bijvoorbeeld aan enquêtes met antwoorden variërend van ‘oneens’ tot ‘helemaal eens’. Deze data is vaak onderdeel van een 5-punts Likert-schaal. Dit type data kan je analyseren met een Pareto-chart of een pie-chart.

Dit type data wordt vaak verzameld door middel van kwalitatief onderzoek, zoals interviews, focusgroepen of observaties. De resultaten worden vaak omgerekend naar percentages.
Kwalitatieve resultaten worden meestal weergegeven in woorden en bieden inzicht in de onderliggende redenen, meningen en motivaties. Deze data is veel subjectiever dan kwantitatieve data. Stel je voor: je bent net bij de garage geweest en je hebt een flinke rekening gekregen. Hoe vul je de enquête in? Of je hebt een slechte beoordeling gekregen op je werk, en een dag later moet je een medewerkers-tevredenheidsonderzoek invullen…

Als je met kwalitatieve data werkt in Lean-trajecten, is het belangrijk om van tevoren duidelijke operationele definities vast te stellen. Bijvoorbeeld, wat beschouwen we als een fout? Wanneer keuren we iets af? Dit is belangrijk omdat deze beoordelingen vaak door verschillende medewerkers worden uitgevoerd en iedereen zijn eigen interpretaties heeft. Stel je moet spijkerbroeken afkeuren op hoe blauw ze zijn. Tja, mijn definitie van blauw is waarschijnlijk anders dan die van jou.
Het grootste verschil tussen kwantitatieve en kwalitatieve data is de aard van de gegevens. Kwantitatieve data is numeriek en geschikt voor statistische analyse, terwijl kwalitatieve data beschrijvend is en gericht op het begrijpen van meningen en ervaringen. Beide soorten data hebben hun eigen toepassingen en kunnen elkaar aanvullen in een Lean verbetertraject.
In de praktijk worden kwantitatieve en kwalitatieve data vaak samen gebruikt om een vollediger beeld te krijgen, vooral binnen Lean-methodologieën. Bijvoorbeeld, een Lean Black Belt kan beginnen met kwalitatieve interviews om te begrijpen wat klanten belangrijk vinden. Vervolgens kunnen deze onderwerpen kwantitatief gemeten worden in het proces.
Kwantitatieve en kwalitatieve data vullen elkaar aan en zijn samen nodig om processen goed te begrijpen en te verbeteren binnen Lean. Kwantitatieve data laat zien hoe een proces presteert in cijfers, zoals doorlooptijd, variatie en fouten. Hiermee maak je prestaties meetbaar en kun je trends en afwijkingen analyseren.
Kwalitatieve data geeft inzicht in waarom het proces zo presteert. Door ervaringen, observaties en feedback te verzamelen, ontdek je de onderliggende oorzaken van problemen en verspilling.
Door beide vormen van data te combineren ontstaat een compleet beeld van het proces. Je ziet niet alleen waar het misgaat, maar ook waarom het misgaat. Dit maakt het mogelijk om gerichter verbeteringen door te voeren en structurele oplossingen te realiseren.
Binnen Lean gebruik je deze combinatie om verspilling zichtbaar te maken, oorzaken bij de bron aan te pakken en processen stabieler en voorspelbaarder te maken. Zo stuur je niet op aannames, maar op feiten en inzichten die daadwerkelijk leiden tot betere prestaties en meer klantwaarde.
Leer hoe je data omzet in inzichten en inzichten in concrete verbeteringen met onze online Lean Black Belt cursus.