De Lean-methodologie staat bekend om het verbeteren van processen en het verminderen van verspilling. Naast de bekende Seven Basic Quality Tools van Ishikawa, heeft de Japanese Union of Scientists and Engineers JUSE een nieuwe reeks hulpmiddelen geïntroduceerd: de nieuwe zeven hulpmiddelen. Deze tools zijn vooral geschikt voor kwalitatieve analyses. In deze blog bespreken we elk van deze nieuwe zeven hulpmiddelen en hun toepassing in Lean-methodologie.
Een relatiediagram, ook wel een relationele kaart genoemd, helpt om complexe onderlinge verbanden in een situatie te visualiseren. Wanneer de relaties tussen verschillende elementen lastig te begrijpen zijn, biedt een relatiediagram helderheid. Met vakken en pijlen kunnen teams de complexiteit en interacties analyseren om tot oplossingen te komen.
In het diagram staan de vakken voor de verschillende elementen of factoren van de situatie, terwijl de pijlen de relaties tussen deze elementen aangeven. Dit helpt teams te zien welke factoren de oorzaak zijn van een probleem en welke factoren daaruit voortkomen.
Een affiniteitsdiagram, ook bekend als het KJ-diagram, wordt gebruikt om ideeën te organiseren en de natuurlijke relaties tussen verschillende ideeën te vinden. Het proces begint met het verzamelen van ideeën op kaartjes of zelfklevende briefjes. Vervolgens worden deze ideeën geanalyseerd en gegroepeerd op basis van hun overeenkomsten.
Door ideeën te groeperen, kunnen teams beter begrijpen wat de kernoorzaken van een probleem zijn en hoe verschillende aspecten van een situatie met elkaar verbonden zijn.
Een boomdiagram helpt bij het oplossen van complexe problemen door ze op te splitsen in kleinere, beheersbare onderdelen. Het begint met het hoofdprobleem, de stam van de boom. Vervolgens worden subproblemen afgeleid, de takken van de boom. Dit gaat door totdat er voldoende gedetailleerde subproblemen zijn geïdentificeerd en de taken duidelijk zijn.
Dit maakt het makkelijker om complexe problemen te begrijpen en aan te pakken door ze in kleinere stukjes te verdelen.
Een matrixdiagram is handig om alternatieven te vergelijken op basis van verschillende relaties of criteria. Alternatieven worden in rijen en kolommen weergegeven, terwijl de relaties of criteria worden aangegeven met symbolen of waarden in de cellen van de matrix.
Dit helpt bij het maken van weloverwogen beslissingen door de verbanden tussen de alternatieven te zien en patronen en trends te identificeren.
Een prioriteitsdiagram, ook bekend als een prioriteitsmatrix, helpt om criteria vast te stellen en opties te rangschikken op basis van prioriteit. Hierdoor kunnen teamleden verschillende opties evalueren en rangschikken op basis van hoe goed ze aan deze criteria voldoen.
Door de belangrijkste criteria te identificeren, kunnen teams zich richten op de meest belangrijke aspecten van een probleem of situatie en betere beslissingen nemen.
Een Proces Besluit Programma Grafiek PDPC is een uitbreiding van het boomdiagram, ontworpen om potentiële risico’s in een proces of project te identificeren en te beheren. Het begint zoals een boomdiagram met het hoofdprobleem of doel als de stam. Vervolgens worden takken gecreëerd voor elke activiteit die nodig is om het doel te bereiken.
Aan elke tak worden mogelijke risico’s gekoppeld en voor elk risico worden contramaatregelen bedacht om de impact te minimaliseren of te voorkomen. Dit helpt teams om vooraf na te denken over mogelijke obstakels en voorbereidingen te treffen.
Een activiteitsnetwerk, ook bekend als een pijldiagram, is een grafische weergave van de activiteiten die nodig zijn om een project of proces uit te voeren in de juiste volgorde. Elk van de activiteiten wordt voorgesteld als een pijl, en de relaties tussen de activiteiten worden weergegeven door de pijlen te verbinden.
Het activiteitenetwerk helpt om de afhankelijkheden tussen taken te begrijpen en het kritieke pad te identificeren, de reeks activiteiten die de langste doorlooptijd bepalen. Dit is belangrijk omdat vertragingen in deze taken de einddatum van het project kunnen beïnvloeden.
De nieuwe zeven hulpmiddelen in Lean helpen om complexe problemen te structureren en beter te begrijpen. Waar de klassieke kwaliteits tools vooral gericht zijn op meten en analyseren met data, richten deze hulpmiddelen zich op samenhang, oorzaken en besluitvorming binnen complexe situaties.
Ze maken zichtbaar hoe factoren elkaar beïnvloeden, helpen om grote vraagstukken op te splitsen en ondersteunen bij het maken van onderbouwde keuzes. Hierdoor ontstaat overzicht in situaties waar veel afhankelijkheden en onzekerheden spelen.
Door tools zoals het relatiediagram, affiniteitsdiagram en boomdiagram krijg je inzicht in oorzaken en structuur. Met hulpmiddelen zoals het matrixdiagram en prioriteitsdiagram maak je betere keuzes. De PDPC en het activiteitsnetwerk helpen vervolgens om risico’s te beheersen en plannen realistisch uit te voeren.
Samen vormen deze hulpmiddelen een sterke aanvulling op de basis tools binnen Lean. Ze helpen niet alleen om problemen te analyseren, maar vooral om richting te geven aan oplossingen en besluitvorming.
Door deze tools bewust in te zetten werk je minder op aannames en meer vanuit structuur en inzicht. Dit leidt tot betere keuzes, minder risico’s en een effectiever verbeterproces binnen Lean.
Wil jij meer leren over Lean en hoe je de nieuwe zeven hulpmiddelen effectief kunt toepassen?
Meld je dan nu aan voor onze online Lean Green Belt training en word een expert op het gebied van kwalitatieve analyses.