Een process capability analyse laat zien of een proces consistent binnen klantspecificaties presteert. Binnen Lean Six Sigma wordt dit gebruikt om procesvariatie te beoordelen en te bepalen of een proces betrouwbaar genoeg is om aan klanteisen te voldoen.
Een process capability analyse laat zien in hoeverre een proces in staat is om consistent en voorspelbaar producten of diensten te leveren die voldoen aan de specificaties van de klant. Binnen Lean Six Sigma wordt deze analyse gebruikt om te beoordelen of procesvariatie acceptabel is en of een proces structureel binnen de afgesproken grenzen presteert.
Met een process capability analyse vergelijk je de Voice of the Process (VOP) met de Voice of the Customer (VOC). Zo wordt zichtbaar of een proces niet alleen stabiel is, maar ook daadwerkelijk voldoet aan wat de klant verwacht.
Daarmee is de analyse meer dan een statistisch hulpmiddel. Het is een beslisinstrument dat inzichtelijk maakt waar verbetering nodig is en waarom.
Een process capability analyse gebruik je wanneer:
Binnen Lean Six Sigma wordt deze analyse vaak toegepast in de Measure- en Analyse-fase van DMAIC, maar ook om verbeteringen te borgen na een verandering in het proces.
Let op: een process capability analyse heeft alleen zin als het proces al stabiel is. Is er nog sprake van bijzondere oorzaken van variatie, los die dan eerst op voordat je Cp en Cpk berekent. Een onstabiel proces levert geen betrouwbare uitkomst op.
Process capability wordt uitgedrukt in twee indexen: Cp en Cpk. Samen geven zij inzicht in procesbreedte, centrering en prestaties ten opzichte van de specificatielimieten van de klant.
De Cp-index beschrijft hoe vaak een proces tussen de specificatiegrenzen past, los van waar het procesgemiddelde ligt.
Een eenvoudige metafoor is het parkeren van een auto in een garage.

De auto staat voor het proces, de garage voor de klantspecificaties.
Cp zegt dus iets over de breedte van het proces, niet over de centrering.
Interpretatie van Cp
Een Cp groter dan 1 betekent dat het proces theoretisch binnen de klanteisen kan passen. Maar of dat in de praktijk ook zo is, laat pas de Cpk zien.
De Cpk-index laat zien hoe goed het proces gecentreerd is ten opzichte van de specificatiegrenzen. In tegenstelling tot Cp kijkt Cpk naar de dichtstbijzijnde specificatiegrens vanaf het procesgemiddelde.

Cpk houdt rekening met:
Daarmee geeft Cpk een realistischer beeld van het werkelijke procesvermogen.
Interpretatie van Cpk
Een hogere Cpk betekent dat de kans kleiner is dat het proces buiten de klantspecificaties produceert. In de praktijk wordt een Cpk van minimaal 1,33 als norm gehanteerd. Voor kritische processen, zoals in de zorg of bij veiligheidsprocessen, geldt vaak een hogere eis.
De gangbare norm is een Cpk van minimaal 1,33. Dit komt overeen met 4 sigma en betekent dat het procesgemiddelde minstens vier standaarddeviaties van de dichtstbijzijnde specificatiegrens verwijderd is. Voor processen waarbij afwijkingen grote gevolgen hebben, zoals medische procedures of veiligheidskritische toepassingen, is een Cpk van 1,67 of hoger vereist. Een Cpk van 2,0 of meer duidt op een uitzonderlijk stabiel en gecentreerd proces, wat overeenkomt met 6 sigma niveau.
Een Cpk onder 1,33 betekent dat het proces onvoldoende capabel is. Er zijn twee mogelijke oorzaken en bijbehorende acties.
Als de Cp ook laag is, is de spreiding in het proces te groot. De variatie moet worden verminderd, bijvoorbeeld door oorzaken te elimineren via een rootcause analyse of door het standaardiseren van werkwijzen.
Als de Cp wel goed is maar de Cpk laag, dan is het proces niet goed gecentreerd. Het gemiddelde ligt te dicht bij één van de specificatiegrenzen. De aanpak is dan het bijstellen van het procesgemiddelde, niet het verminderen van de variatie.
De Cp-index vergelijkt de spreiding van het proces met de breedte van de klantspecificaties:
Cp = (USL − LSL) / (6 × σ)
Daarbij staat USL en LSL voor de specificatiegrenzen van de klant, en σ voor de standaarddeviatie van het proces. Cp laat zien hoe breed het proces is, los van de ligging van het gemiddelde.
De Cpk-index houdt ook rekening met de ligging van het procesgemiddelde:
Cpk = min[(USL − μ) / (3 × σ), (μ − LSL) / (3 × σ)]
Cpk laat zien hoe dicht het proces bij een specificatiegrens ligt en waar het grootste risico zit.
Belangrijk hierbij: je hoeft deze formules niet handmatig te rekenen. Veel organisaties gebruiken software of AI-ondersteunde tools om Cp en Cpk te bepalen. De meerwaarde zit niet in de berekening, maar in de interpretatie en de vervolgstappen.
Een proces kan een goede Cp hebben maar een lage Cpk. In dat geval is het proces theoretisch capabel maar praktisch onbetrouwbaar. Dit gebeurt wanneer het proces niet goed gecentreerd is.
Een Cp van 2 betekent dat het proces ruim binnen de specificaties past. De spreiding is klein genoeg om twee keer tussen de klanteisen te passen. Maar Cp zegt niets over waar het proces zich bevindt binnen die grenzen. Als het procesgemiddelde te dicht bij één van de specificatiegrenzen ligt, kan de Cpk alsnog lager zijn dan 1,33. In dat geval produceert het proces vaker buiten de eisen, ondanks een gunstige Cp.
De muren van de garage staan voor de klantspecificaties. De auto staat voor het proces.
Situatie 1: goede Cp, lage Cpk. De garage is breed genoeg en de auto is smal genoeg. De auto past er theoretisch prima in. Dat is een goede Cp. Maar de auto staat scheef en dicht tegen één muur aan. Daardoor is de kans groot dat je bij het openen van de deur de muur raakt. Dit is een lage Cpk.
Situatie 2: goede Cp én goede Cpk. De garage is breed genoeg en de auto staat netjes in het midden. De auto past ruim en heeft aan beide kanten voldoende ruimte. Dit is zowel een goede Cp als een goede Cpk.
Cp zegt iets over de ruimte die je hebt, Cpk zegt iets over hoe goed je die ruimte benut.
Process capability zegt niets over interne normen of toleranties, maar uitsluitend over klanteisen. Zonder duidelijke LSL en USL is een proces capability analyse niet zinvol. De grenzen worden bepaald vanuit de Critical to Quality (CTQ) eisen van de klant.
Bij sommige processen bestaat alleen een bovengrens of alleen een ondergrens. Een doorlooptijd mag bijvoorbeeld maximaal 5 dagen zijn. In dat geval is er alleen een USL en wordt Cpk berekend als (USL − μ) / (3 × σ).
Stel dat we een proces analyseren met de volgende gegevens:
De Cp-index laat zien of het proces theoretisch binnen de klantspecificaties past.
Cp = (USL − LSL) / (6 × σ)
Cp = (7,5 − 0) / (6 × 1,283)
Cp = 7,5 / 7,698
Cp ≈ 0,97
Dit betekent dat het proces niet capabel is. De spreiding van het proces is te groot om volledig binnen de specificaties te passen.
De Cpk-index houdt ook rekening met waar het procesgemiddelde ligt. Cpk wordt bepaald door de afstand van het gemiddelde tot de dichtstbijzijnde specificatiegrens.
De Cpk is de laagste van deze twee waarden: Cpk ≈ 0,69
De Cpk is duidelijk lager dan 1, wat betekent dat het proces onvoldoende gecentreerd is en een hoge kans heeft om buiten de klantspecificaties te produceren. Hoewel de Cp (0,97) al aangeeft dat het proces te breed is, bevestigt de Cpk (0,69) dat er ook een centreringsprobleem speelt. Beide aspecten vragen om een verbetertraject.
Een process capability analyse is niet alleen voor productieomgevingen. In de dienstverlening werkt het principe precies hetzelfde. Stel dat een gemeente een aanvraag voor een vergunning moet afhandelen. De klantspecificatie is: minimaal 1 dag (LSL) en maximaal 10 dagen (USL). De gemeten doorlooptijden laten een gemiddelde zien van 7,2 dagen met een standaarddeviatie van 1,8 dag.
Cp = (10 − 1) / (6 × 1,8) = 9 / 10,8 ≈ 0,83. Het proces is niet capabel: de spreiding is te groot om betrouwbaar binnen de klantnormen te blijven. Cpk = min[(10 − 7,2) / (3 × 1,8), (7,2 − 1) / (3 × 1,8)] = min[0,52, 1,15] ≈ 0,52. Het proces presteert bovendien scheef richting de bovengrens. Aanvragen lopen regelmatig te lang door.
Dit soort analyses is in de zorg, het bank- en verzekeringswezen en de overheid minstens zo relevant als in productieomgevingen. De rekenwijze is identiek, alleen de specificaties komen uit klantafspraken of servicenormen in plaats van technische toleranties.
Naast Cp en Cpk bestaan ook de indices Pp en Ppk. Het onderscheid is belangrijk om de juiste conclusies te trekken.
Cp en Cpk meten de korte termijn procescapabiliteit. Ze zijn gebaseerd op de inherente variatie van het proces en geven aan wat het proces in principe kan leveren als het stabiel draait.
Pp en Ppk meten de lange termijn procesprestatie. Ze gebruiken de totale geobserveerde variatie, inclusief verschuivingen in het gemiddelde en andere invloeden over langere tijd. Hierdoor liggen Pp en Ppk doorgaans lager dan Cp en Cpk.
In de praktijk gebruik je Cp en Cpk om het potentieel van een proces te beoordelen. Pp en Ppk gebruik je om te toetsen hoe het proces werkelijk presteert over een langere periode. Wanneer het verschil tussen Cpk en Ppk groot is, wijst dat op procesverschuivingen of instabiliteit die aandacht verdienen.
Een process capability analyse laat zien of een proces binnen specificaties kan presteren, onderbouwt verbeterbeslissingen met data, en helpt prioriteiten stellen binnen verbetertrajecten.
Maar de analyse is geen garantie voor kwaliteit, werkt alleen bij stabiele processen, en vervangt geen proceskennis. Daarom wordt proces capability binnen Lean Six Sigma altijd gecombineerd met procesanalyse en oorzaakanalyse.
Binnen Lean Six Sigma helpt process capability om variatie zichtbaar te maken, verbeteringen meetbaar te onderbouwen, processen structureel te verbeteren, en prestaties te borgen na veranderingen.
Het is geen los statistisch hulpmiddel, maar een beslisinstrument binnen verbeteren. De analyse maakt de koppeling tussen variatie in processen en de eisen van de klant concreet en meetbaar. Daarmee vormt het een brug tussen het begrijpen van een proces en het nemen van gerichte verbeteracties.
Een process capability analyse laat zien of een proces betrouwbaar, voorspelbaar en klantgericht presteert. Door Cp en Cpk te gebruiken krijg je inzicht in zowel procesbreedte als centrering. Pp en Ppk vullen dit aan met een beeld van de lange termijn prestatie. Binnen Lean Six Sigma vormt deze analyse een belangrijke basis voor data-gedreven verbeteren, zowel in productie als in de dienstverlening.
Wil je hier verder de diepte in? Process capability analyse is een vast onderdeel van Lean Six Sigma op Black Belt-niveau. In de Lean Six Sigma Black Belt-training leer je hoe je Cp en Cpk toepast in complexe verbetertrajecten en hoe je resultaten interpreteert en borgt.
Bekijk de online Lean Six Sigma Black Belt-training van Lean.nl.