Hoe kies je het juiste pull systeem in Lean? Ontdek wanneer je one piece flow, FIFO of een supermarkt systeem gebruikt om flow stabiel te houden.
Het juiste pull systeem bepaalt hoe producten, orders of taken door een proces bewegen. In Lean start productie niet op basis van planning of voorspelling, maar op basis van daadwerkelijke vraag. Niet elk proces kan op dezelfde manier worden ingericht. Soms is one piece flow mogelijk, in andere situaties is een FIFO systeem of een supermarkt nodig. Door een aantal procesvariabelen te analyseren wordt duidelijk welk pull systeem het beste past bij de situatie.
Het doel van een pull systeem is altijd hetzelfde. Een stabiele flow creëren met zo weinig mogelijk wachttijd en zo weinig mogelijk voorraad.
Een pull systeem bepaalt hoe productie wordt aangevuld op basis van verbruik. De keuze voor een pull systeem hangt af van kenmerken van het proces zoals stabiliteit, omsteltijden en variatie in vraag.
Binnen Lean worden verschillende vormen van pull gebruikt.
Welke vorm het beste werkt hangt af van een aantal factoren. Binnen Lean bepalen deze factoren of een proces het beste werkt met one piece flow, FIFO of een supermarkt systeem.
De voorspelbaarheid van het proces is de eerste factor die de keuze voor een pull systeem beïnvloedt. Wanneer de output van het upstream proces onvoorspelbaar is, kan het downstream proces stilvallen omdat input ontbreekt.
In zulke situaties is een buffer nodig om verstoringen op te vangen. Vaak wordt dan een supermarkt gebruikt. Deze buffer zorgt ervoor dat het volgende proces kan blijven doorwerken terwijl het vorige proces kleine verstoringen oplost.
Wanneer een proces stabiel en voorspelbaar is, kan het vaak zonder buffer werken. In dat geval zijn systemen zoals one piece flow of FIFO beter geschikt.
Omsteltijden spelen een belangrijke rol bij het kiezen van een pull systeem. Bij one piece flow moeten producten snel achter elkaar kunnen wisselen. Dat betekent dat omsteltijden laag moeten zijn.
Wanneer omsteltijden hoog zijn, ontstaat er wachttijd tussen verschillende producttypen. Het proces kan dan niet flexibel reageren op vraag. In zulke situaties wordt vaak een supermarkt buffer gebruikt om verschillende producten beschikbaar te houden.
Lean probeert omsteltijden te verlagen met technieken zoals SMED of Quick Change Over. Hoe korter de omsteltijd, hoe makkelijker het wordt om richting flow te bewegen.
De lead time bepaalt hoe snel een upstream proces kan reageren op vraag van downstream stappen.
One piece flow werkt alleen wanneer het proces snel kan reageren. Als een proces een lange lead time heeft, moet een downstream proces wachten op nieuwe input. Dat veroorzaakt wachttijd en onderbrekingen in de flow.
Wanneer de lead time hoog is, wordt vaak een buffer gebruikt om deze vertraging op te vangen.
De variatie in vraag en het aantal verschillende producten beïnvloeden ook welk pull systeem geschikt is.
Wanneer de vraag stabiel is en er weinig productvarianten zijn, kan een proces vaak met flow of FIFO werken.
Wanneer er veel verschillende producten zijn en de vraag fluctueert, ontstaat er meer variatie in het proces. In zulke situaties wordt vaak een supermarkt gebruikt waarin meerdere producten beschikbaar zijn.
Hoe groter de variatie, hoe groter de buffer meestal moet zijn.
De prijs van producten of onderdelen beïnvloedt hoe wenselijk voorraden zijn.
Wanneer producten duur zijn, wordt het belangrijk om voorraden zo klein mogelijk te houden. In die situaties zijn systemen zoals FIFO of one piece flow vaak gunstig, omdat ze de hoeveelheid voorraad in het proces beperken.
Bij goedkopere producten kan een buffer soms acceptabel zijn wanneer dat helpt om de flow stabiel te houden.
Wanneer een proces veel verstoringen heeft zoals storingen, kwaliteitsproblemen of ontbrekende materialen, wordt het moeilijk om flow te realiseren.
In zulke situaties is vaak een buffer nodig om het proces stabiel te houden. Een supermarkt systeem kan helpen om kleine verstoringen op te vangen zonder dat het hele proces stilvalt.
Wanneer processen stabiel en betrouwbaar zijn, wordt het makkelijker om met systemen zoals one piece flow of FIFO te werken.
Een pull systeem werkt het beste wanneer processtappen redelijk goed op elkaar zijn afgestemd.
Wanneer één processtap veel langzamer is dan de rest, ontstaat er een bottleneck. In zulke situaties kan een buffer of een pull systeem zoals een supermarkt helpen om de flow te stabiliseren.
Wanneer capaciteit beter in balans is, wordt het makkelijker om richting continue flow te bewegen.
Hoe meer productvarianten er zijn, hoe complexer het proces wordt.
Bij weinig varianten kan een proces vaak direct in flow werken. Bij veel varianten kan het nodig zijn om een buffer te gebruiken waarin meerdere producten beschikbaar zijn. Supermarkt systemen worden daarom vaak gebruikt in omgevingen met veel variatie.
Het kiezen van een pull systeem is altijd afhankelijk van de kenmerken van het proces. Factoren zoals voorspelbaarheid, omsteltijden, lead time, vraagvariatie en productprijs bepalen welke inrichting het beste werkt.
Door deze variabelen te analyseren kun je bepalen of een proces geschikt is voor one piece flow, FIFO of een supermarkt systeem. Het doel blijft hetzelfde. Een stabiele flow met zo min mogelijk wachttijd en zo weinig mogelijk voorraad.
Omdat processen en vraag in de praktijk veranderen, blijft het belangrijk om de inrichting van het pull systeem regelmatig te evalueren en te verbeteren.
One piece flow werkt het best wanneer processen stabiel zijn, omsteltijden laag zijn en het proces snel kan reageren op vraag.
FIFO wordt gebruikt wanneer items tijdelijk moeten wachten tussen processtappen maar de volgorde van binnenkomst behouden moet blijven.
Een supermarkt wordt gebruikt wanneer variatie in vraag of procesinstabiliteit een buffer nodig maakt om de flow stabiel te houden.
Het juiste pull systeem hangt af van de kenmerken van het proces en de mate waarin flow mogelijk is. Voorspelbaarheid, omsteltijden, lead time, vraagvariatie en productprijs bepalen welke vorm van pull het beste werkt. Door deze factoren te analyseren kan een proces worden ingericht met one piece flow, FIFO of een supermarkt systeem om een stabiele flow te creëren.
Wil je beter begrijpen hoe pull systemen, flow, Kanban en Just in Time samen processen sturen binnen Lean? In deonline Lean Black Belt training leer je hoe je deze principes toepast in complexe processen en hoe je flow structureel verbetert.
Je leert onder andere hoe je pull systemen ontwerpt, bottlenecks analyseert, doorlooptijd verkort en processen stabieler maakt met technieken uit Lean.
Bekijk de online Lean Black Belt training en ontdek hoe je processen stap voor stap kunt verbeteren en sturen op flow, kwaliteit en klantwaarde.