Hoe werkt het?

Meld je aan, leer in jouw tempo en behaal je internationaal erkend certificaat. Met persoonlijke begeleiding van onze experts op elk moment dat je het nodig hebt.

Hoe werkt het?

Meld je aan, leer in jouw tempo en behaal je internationaal erkend certificaat. Met persoonlijke begeleiding van onze experts op elk moment dat je het nodig hebt.

Range in Lean Six Sigma

De range is de eenvoudigste spreidingsmaat in de statistiek: het verschil tussen de hoogste en de laagste waarde in een dataset. In Lean Six Sigma gebruik je de range om snel inzicht te krijgen in de variatie van een proces en om te beoordelen of een proces stabiel en voorspelbaar is.

Wat is de range?

De range geeft de spreidingsbreedte van een dataset aan. Je berekent hem door de minimumwaarde af te trekken van de maximumwaarde:

R = \text{maximum} - \text{minimum}

Een kleine range betekent dat de waarden dicht bij elkaar liggen en het proces weinig variatie vertoont. Een grote range betekent dat er veel spreiding is en het proces onvoorspelbaar kan zijn.

In het Nederlands spreek je ook wel van de variatiebreedte of het bereik. In de Lean Six Sigma-context gebruik je vrijwel altijd de Engelse term range.

De range zegt op zichzelf niets. Pas als je hem afzet tegen een klanteis, KPI of SLA wordt duidelijk of de variatie acceptabel is. Een range van zes dagen kan prima zijn als de klant tien dagen de tijd geeft, maar problematisch als de norm vier dagen is.

Wanneer gebruik je de range?

De range is de snelste manier om een eerste indruk te krijgen van de spreiding in een dataset, bijvoorbeeld bij je eerste nulmeting. Je hoeft geen complexe formule te berekenen: één aftreksom en je hebt direct een beeld van de variatie.

Je gebruikt de range als je snel wilt weten hoe groot de variatie is zonder uitgebreide analyse. Bijvoorbeeld: hoeveel dagen verschil zit er tussen de snelste en langzaamste afhandeling van klantvragen? Hoeveel varieert de levertijd van een leverancier? Hoe groot is het verschil in productietijd tussen de ochtend- en avondploeg? Of: wat is het verschil in verwerkingstijd tussen de beste en de minst ervaren medewerker? Die vragen beantwoord je in één berekening.

Stel de range is 6 dagen. Dat betekent dat alle metingen binnen een bandbreedte van 6 dagen vallen. De kortste meting en de langste meting liggen maximaal 6 dagen uit elkaar.

De formule en een rekenvoorbeeld

Stel dat je de doorlooptijd van zeven klantvragen meet in dagen: 3, 7, 5, 9, 4, 6 en 8.

Minimum = 3 dagen. Maximum = 9 dagen. Range = 9 – 3 = 6 dagen.

De doorlooptijden variëren dus over een bereik van zes dagen. Of dat acceptabel is, hangt af van de klanteis. Als de maximaal toegestane doorlooptijd acht dagen is, laat de range zien dat er al metingen zijn die de norm naderen of overschrijden.

Range versus standaarddeviatie en variantie

Om variatie in een proces te meten heb je drie spreidingsmaten: de range, de standaarddeviatie en de variantie. Ze meten alle drie hetzelfde maar op een verschillende manier en met een ander detailniveau.

De range is de snelste en eenvoudigste: één berekening en je weet de bandbreedte. Maar hij heeft een belangrijk nadeel: hij is gevoelig voor uitschieters. Eén extreme waarde kan de range sterk beïnvloeden terwijl de rest van de data heel stabiel is. Stel dat negen van de tien meetwaarden tussen de vier en zes dagen liggen, maar één meting uitloopt naar twintig dagen. De range is dan zestien dagen, terwijl het proces voor 90% van de metingen heel stabiel is.

De standaarddeviatie neemt alle meetwaarden mee in de berekening en is daardoor minder gevoelig voor één extreme waarde. Ze geeft een betrouwbaarder beeld van de werkelijke spreiding in het proces.

De variantie is het kwadraat van de standaarddeviatie. Ze wordt minder gebruikt om te rapporteren omdat de eenheid gekwadrateerd is, maar speelt een belangrijke rol in statistische analyses op de achtergrond.

In de praktijk gebruik je de range als snelle eerste indruk en de standaarddeviatie als de primaire spreidingsmaat voor diepgaandere analyses.

Range in de praktijk: twee voorbeelden

Een productiebedrijf meet de gewichten van tien producten van dezelfde productielijn in grammen: 498, 501, 499, 503, 500, 497, 502, 500, 499 en 501. De range is 503 – 497 = 6 gram. De productiespecificatie is 500 gram met een toegestane afwijking van plus of min 5 gram. De range van 6 gram valt ruim binnen die tolerantie, wat duidt op een stabiel en consistent productieproces.

Een callcenter meet de afhandelingstijd van tien gesprekken op een dag in minuten: 3, 7, 4, 12, 5, 6, 4, 9, 5 en 15. De range is 15 – 3 = 12 minuten. De norm is een maximale afhandelingstijd van 8 minuten. De range van 12 minuten laat zien dat er gesprekken zijn die ver boven die norm uitkomen.

Als Lean Six Sigma projectleider is dit het moment om de data verder uit te splitsen. Je bekijkt of de uitschieters van 12 en 15 minuten bij dezelfde medewerker zitten, op hetzelfde tijdstip van de dag voorkomen of aan een specifiek type vraag gekoppeld zijn. Vervolgens doe je een tijdstudie om de exacte stappen binnen die gesprekken te meten en te zien waar de tijd verloren gaat. De range geeft het signaal, de vervolganalyse geeft het antwoord.

Beperkingen van de range

De range vertelt je wat de uiterste grenzen zijn van je data, maar niets over hoe de waarden daartussen verdeeld zijn. Twee datasets kunnen dezelfde range hebben maar totaal verschillende verdelingen. Stel dat twee ploegen allebei een range van 10 minuten hebben. Bij de ene ploeg liggen alle metingen dicht bij het gemiddelde op twee uitschieters na. Bij de andere ploeg zijn de metingen gelijkmatig verspreid over het hele bereik. De range ziet er hetzelfde uit, maar de processen gedragen zich heel anders.

Gebruik de range daarom altijd als startpunt en nooit als conclusie over hoe het proces presteert. Doe geen uitspraken over de stabiliteit of kwaliteit van een proces op basis van de range alleen. Daarvoor heb je de standaarddeviatie, de variantie of de interkwartielafstand nodig.

Samenvatting

De range is de eenvoudigste spreidingsmaat: het verschil tussen de hoogste en de laagste waarde in een dataset. Je berekent hem in één stap en hebt direct een beeld van de variatie. Dat maakt de range waardevol als eerste indruk, bijvoorbeeld bij een nulmeting of een snelle vergelijking tussen ploegen. Maar de range heeft een grote beperking: hij zegt niets over hoe de waarden daartussen verdeeld zijn en is gevoelig voor uitschieters. Gebruik hem daarom altijd als startpunt, nooit als conclusie. Voor diepgaandere uitspraken over stabiliteit en proceskwaliteit heb je de standaarddeviatie of variantie nodig. En zonder klanteis, KPI of SLA zegt de range sowieso niets.

Wil je leren hoe je de range en andere spreidingsmaten toepast in een verbeterproject? In de online Lean Six Sigma Black Belt training doorloop je de volledige statistische basis van Lean Six Sigma, inclusief het gebruik van spreidingsmaten in je eigen processen. Bekijk de Black Belt training.

Deel dit artikel

Start vandaag. Sluit je aan
bij 4.125 professionals.

Begeleiding van ervaren Lean-specialisten
Eén vaste prijs, geen verborgen kosten
Slaag voor je examen met 100% garantie
Ontvang een internationaal erkend certificaat
Leer waar en wanneer je wilt, in jouw tempo
Gratis beginnen met een realistische demo
Begeleiding van ervaren Lean-specialisten
Eén vaste prijs, geen verborgen kosten
Slaag voor je examen met 100% garantie
Ontvang een internationaal erkend certificaat
Leer waar en wanneer je wilt, in jouw tempo
Gratis beginnen met een realistische demo
HomeKennisbankRange in Lean Six Sigma