Replenishment betekent het aanvullen van voorraad op basis van verbruik. Ontdek hoe replenishment werkt binnen Lean, pull systemen en Kanban.
Replenishment betekent het aanvullen van voorraad wanneer producten of onderdelen zijn verbruikt. In plaats van productie te plannen op basis van voorspellingen reageert het proces op wat daadwerkelijk wordt gebruikt.
Binnen Lean wordt replenishment gebruikt om processen te laten reageren op vraag. Wanneer een product uit een buffer, supermarkt systeem of voorraad wordt gehaald ontstaat een signaal om deze voorraad opnieuw aan te vullen.
Hierdoor ontstaat een systeem waarin productie direct gekoppeld is aan verbruik. Dit principe vormt de basis van pull systemen.
Het woord replenishment komt uit het Engels en betekent letterlijk aanvullen of opnieuw vullen. In procesmanagement verwijst het naar het aanvullen van voorraad nadat deze is gebruikt.
Binnen Lean gaat het niet om grote voorraden maar juist om kleine gecontroleerde buffers. Wanneer een item uit deze buffer wordt gehaald wordt een signaal gestuurd naar de vorige processtap om het product opnieuw te produceren.
Het proces reageert dus niet op planning maar op verbruik. Hierdoor ontstaat een stabiel systeem waarin alleen wordt geproduceerd wat nodig is.
Replenishment is een belangrijk onderdeel van een pull systeem. In een pull systeem wordt productie niet vooruit gepland maar ontstaat productie als reactie op vraag.
Het proces werkt meestal volgens deze volgorde.
Dit aanvullen van voorraad wordt replenishment genoemd.
Door deze manier van werken ontstaat een systeem waarin processen met elkaar verbonden zijn via verbruik in plaats van via planning.
Binnen Lean wordt replenishment gebruikt om flow te ondersteunen. Wanneer processen niet volledig in continue flow kunnen werken worden vaak kleine buffers tussen processtappen geplaatst.
Wanneer een product uit deze buffer wordt gehaald ontstaat automatisch een signaal om het product opnieuw te produceren.
Hierdoor blijft de voorraad stabiel terwijl het proces toch reageert op vraag.
Replenishment wordt vaak toegepast in combinatie met verschillende Lean technieken zoals
Al deze methoden gebruiken hetzelfde principe. Verbruik creëert een signaal om de voorraad aan te vullen.
Replenishment komt in veel processen voor zowel in productie als in dienstverlening.
In een assemblageproces kan een werkstation onderdelen uit een supermarkt pakken. Wanneer een bak leeg raakt ontstaat een signaal om de voorraad opnieuw aan te vullen.
In een magazijn kan een orderpicker producten uit een opslaglocatie halen. Wanneer de voorraad onder een bepaald niveau komt wordt automatisch een nieuwe levering besteld.
Ook in administratieve processen kan replenishment voorkomen. Wanneer dossiers of aanvragen uit een wachtrij worden gehaald kan een volgende afdeling nieuwe aanvragen aanleveren om de stroom op gang te houden.
In al deze situaties wordt voorraad of werk aangevuld op basis van verbruik.
Het verschil tussen replenishment en push systeem zit in de manier waarop productie wordt aangestuurd.
Bij push productie wordt vooraf bepaald hoeveel producten moeten worden gemaakt. Productie volgt dan een planning of forecast.
Bij replenishment wordt productie pas gestart wanneer producten daadwerkelijk zijn verbruikt. Het proces reageert dus op vraag in plaats van op voorspellingen.
Hierdoor ontstaan minder voorraden en wordt sneller zichtbaar wanneer processen uit balans raken.
Replenishment betekent het aanvullen van voorraad op basis van verbruik.
Binnen Lean wordt replenishment gebruikt om processen te laten reageren op vraag. Wanneer een product uit een buffer of voorraad wordt gehaald ontstaat een signaal om dit product opnieuw te produceren.
Dit principe vormt de basis van pull systemen. In combinatie met technieken zoals Kanban, supermarkt systemen en FIFO helpt replenishment om processen stabiel en voorspelbaar te laten doorstromen.
Replenishment betekent het aanvullen van voorraad nadat producten of onderdelen zijn verbruikt.
Binnen Lean betekent replenishment dat voorraad wordt aangevuld op basis van verbruik. Productie reageert op vraag in plaats van op planning.
Bij Kanban wordt een kaart gebruikt als signaal om een product opnieuw te produceren. Wanneer een product wordt verbruikt gaat de kaart terug naar het werkstation dat verantwoordelijk is voor het aanvullen van de voorraad.
Nee. Voorraadbeheer richt zich op het beheren van voorraadniveaus. Replenishment gaat specifiek over het aanvullen van voorraad wanneer deze wordt verbruikt.
Wil je beter begrijpen hoe pull systemen werken en hoe je ze toepast in processen? In de online Lean Black Belt training leer je hoe je processen analyseert en opnieuw ontwerpt op basis van flow en klantvraag.
Tijdens de training werk je met onderwerpen zoals doorlooptijd, bottleneck, Kanban, WIP limieten en waardestroomanalyse. Zo leer je hoe processen structureel kunnen worden verbeterd binnen organisaties.