Het supermarkt systeem is een pull methode waarbij een kleine voorraad wordt aangehouden en aangevuld op basis van verbruik. Ontdek hoe een supermarkt in Lean werkt.
Een supermarkt systeem is een manier om een proces aan te sturen op basis van verbruik. Tussen twee processtappen wordt een beperkte voorraad producten of onderdelen aangehouden. Wanneer een product wordt verbruikt ontstaat een signaal om dit product opnieuw aan te vullen. Hierdoor wordt alleen geproduceerd wat daadwerkelijk nodig is.
Binnen Lean wordt het supermarkt systeem gebruikt wanneer processen niet direct volgens One Piece Flow of FIFO kunnen doorstromen. De supermarkt fungeert dan als buffer tussen twee processtappen.
Niet elk proces kan volledig in flow werken. Soms hebben processtappen verschillende bewerkingstijden of is de vraag naar producten variabel. Hierdoor kan een proces niet altijd direct reageren op vraag.
In zulke situaties kan een supermarkt systeem helpen om processen toch op basis van pull te organiseren. Door een beperkte voorraad aan te houden kan de volgende processtap direct producten pakken wanneer dat nodig is.
Tegelijk wordt de voorraad weer aangevuld op basis van verbruik. Hierdoor ontstaat een stabiele verbinding tussen processtappen.
Een supermarkt systeem is een opslagplaats van producten of onderdelen in een proces die worden aangehouden wanneer continue flow niet mogelijk is.
De supermarkt vormt een buffer tussen twee processtappen. De downstream processtap haalt producten uit de supermarkt wanneer dat nodig is. Het verbruik creëert vervolgens een signaal richting de upstream processtap om de voorraad aan te vullen.
Hierdoor ontstaat een pull gestuurd proces waarin productie reageert op verbruik.
Binnen Lean is het supermarkt systeem één van de belangrijkste manieren om pull toe te passen wanneer flow niet mogelijk is.
Het principe lijkt op een supermarkt in het dagelijks leven. Producten liggen op voorraad en worden aangevuld wanneer ze uit het schap worden gehaald.
In een Lean proces werkt dit op een vergelijkbare manier.
Hierdoor wordt productie direct gekoppeld aan verbruik.
Binnen Lean worden vaak twee manieren gebruikt om een supermarkt systeem aan te sturen.
Bij een supermarkt met Kanban kaarten fungeert de kaart als signaal om een product opnieuw te produceren.
Wanneer een product uit de supermarkt wordt gehaald gaat de Kanban kaart terug naar het werkstation dat verantwoordelijk is voor het aanvullen van de voorraad. De kaart bevat informatie zoals productnaam, aantal producten en de locatie van de supermarkt.
De kaart vormt daarmee de opdracht om een nieuw product te produceren.
Een andere manier om een supermarkt systeem te organiseren is het 2 bin systeem.
Hierbij heeft elk product twee bakken met materiaal. Wanneer een bak leeg raakt wordt deze boven op het rek geplaatst. Dit signaal geeft aan dat de bak opnieuw moet worden gevuld.
Dit systeem wordt vaak gebruikt voor kleine hulpmaterialen zoals schroeven, bouten of ringetjes die op meerdere werkstations nodig zijn.
Een supermarkt systeem wordt toegepast wanneer een proces niet volledig volgens flow kan werken. In zulke situaties kan een kleine voorraad tussen processtappen helpen om de doorstroming stabiel te houden.
Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer
In al deze situaties helpt een supermarkt systeem om processen stabiel te laten doorstromen terwijl productie toch wordt gestuurd op basis van verbruik.
Binnen Lean is het supermarkt systeem één van de drie manieren om pull te organiseren. De andere twee vormen zijn One Piece Flow en FIFO.
Het doel van Lean is uiteindelijk om processen steeds verder te verbeteren zodat buffers kleiner worden en processen steeds meer richting flow bewegen.
Daarom wordt een supermarkt systeem vaak gezien als een tussenstap. Naarmate processen stabieler worden kan de voorraad kleiner worden of kan een proces overstappen naar FIFO of One Piece Flow.
Het supermarkt systeem is een pull methode waarbij een beperkte voorraad wordt aangehouden tussen processtappen.
Wanneer een product wordt verbruikt ontstaat een signaal om het product opnieuw aan te vullen. Hierdoor wordt productie direct gekoppeld aan verbruik.
Binnen Lean wordt het supermarkt systeem toegepast wanneer processen niet volledig in flow kunnen werken. Samen met One Piece Flow en FIFO vormt het één van de belangrijkste manieren om pull te organiseren.
Een supermarkt systeem is een pull methode waarbij een kleine voorraad producten wordt aangehouden en aangevuld op basis van verbruik.
Het systeem wordt gebruikt wanneer processen niet volledig volgens flow kunnen werken of wanneer vraag kan fluctueren.
FIFO werkt met een wachtrij in vaste volgorde. Een supermarkt systeem werkt met een voorraad die wordt aangevuld op basis van verbruik.
Ja. Kanban kaarten worden vaak gebruikt om signalen te geven wanneer producten moeten worden aangevuld.
Wil je beter begrijpen hoe pull systemen werken en hoe je ze toepast in processen? In de online Lean Black Belt training leer je hoe je processen analyseert en opnieuw ontwerpt op basis van flow en klantvraag.
Tijdens de training werk je met onderwerpen zoals doorlooptijd, bottlenecks, Kanban, WIP limieten en waardestroomanalyse. Zo leer je hoe processen structureel kunnen worden verbeterd binnen organisaties.