Doorlooptijd is de totale tijd tussen start en afronding van een proces. Lees wat doorlooptijd betekent binnen Lean, hoe je deze berekent en waarom wachttijd vaak het verschil maakt.
Doorlooptijd laat zien hoe lang een klant moet wachten op een uitkomst. Dat maakt het een directe maat voor procesprestatie. Voor een klant telt niet hoe efficiënt afzonderlijke stappen zijn ingericht, maar hoe lang het duurt voordat het resultaat beschikbaar is.
Wanneer doorlooptijd oploopt, ontstaat vaak de reflex om sneller te werken. Binnen Lean wordt eerst gekeken naar de inrichting van het proces. Waar ontstaan wachttijden? Waar blijven dossiers liggen? Waar stapelt werkvoorraad zich op?
In veel processen blijkt de daadwerkelijke bewerking maar een klein deel van de totale tijd te zijn. Het grootste deel bestaat uit wachten, overdracht of herstel. Doorlooptijd maakt zichtbaar wat het proces en de procesflow als geheel doen, niet wat individuele afdelingen doen.
Doorlooptijd is de totale tijd tussen het startmoment en het moment waarop het resultaat wordt opgeleverd. Dit kan gaan om een aanvraag, bestelling, melding, behandeltraject of productieopdracht. Doorlooptijd omvat dus zowel bewerkingstijd als wachttijd.
In formulevorm:
Binnen Lean wordt doorlooptijd vaak aangeduid als Cycle Time, afgekort als CT. Daarmee wordt de totale tijd bedoeld die een aanvraag of product nodig heeft om het volledige proces te doorlopen.
Het is belangrijk dat het startpunt en eindpunt vooraf helder zijn gedefinieerd, zodat metingen eenduidig en vergelijkbaar blijven.
Een klant vraagt op maandag om 10.00 uur een offerte aan.
De offerte wordt op donderdag om 15.00 uur verstuurd.
De doorlooptijd is 3 dagen en 5 uur.
In die periode is misschien maar 45 minuten daadwerkelijk aan de offerte gewerkt. De rest van de tijd bestond uit wachten, interne afstemming en prioritering. Toch ervaart de klant de volledige periode als doorlooptijd.
Het berekenen van doorlooptijd doe je als volgt. Je bepaalt het startmoment en het eindmoment en berekent het verschil.
Voorbeeld in dagen
Een aanvraag start op 1 maart.
De aanvraag wordt afgerond op 5 maart.
De doorlooptijd is 4 dagen.
Voorbeeld in uren
Een melding komt binnen om 09.00.
De oplossing wordt geleverd om 13.30.
De doorlooptijd is 4,5 uur.
Voor analyse binnen Lean wordt doorlooptijd vaak opgesplitst:
Deze opsplitsing maakt zichtbaar waar het grootste deel van de tijd verloren gaat. De relatie tussen WIP, doorlooptijd en throughput wordt verder uitgewerkt in Little’s Law, dat laat zien hoe werkvoorraad de totale doorlooptijd beïnvloedt.
Doorlooptijd wordt sterk beïnvloed door de hoeveelheid werk die tegelijk in het proces zit. Hoe groter de werkvoorraad, hoe langer items gemiddeld moeten wachten voordat ze worden opgepakt.
Wanneer dossiers zich opstapelen, ontstaat wachttijd. Die wachttijd vergroot direct de totale doorlooptijd, ook als de bewerkingstijd gelijk blijft. Doorlooptijd zegt daarom vaak meer over de inrichting van het systeem dan over individuele inzet.
Een proces met veel openstaande aanvragen zal vrijwel altijd een langere doorlooptijd hebben dan een proces waarin de werkvoorraad beperkt blijft.
Naast snelheid is voorspelbaarheid belangrijk. Twee processen kunnen dezelfde gemiddelde doorlooptijd hebben, maar sterk verschillen in variatie.
Als de ene aanvraag twee dagen duurt en de volgende tien dagen, ontstaat onzekerheid. Voor klanten is een stabiele en voorspelbare doorlooptijd vaak waardevoller dan incidentele snelheid.
Binnen Lean wordt daarom niet alleen gekeken naar de gemiddelde doorlooptijd, maar ook naar spreiding en afwijkingen. Het afstemmen op takttijd helpt om een gelijkmatig ritme in het proces te creëren en variatie in doorlooptijd te beperken.
Bewerkingstijd is de tijd waarin daadwerkelijk aan een product of dienst wordt gewerkt. Doorlooptijd omvat de volledige periode, inclusief wachten tussen processtappen, overdrachten en correcties.
In veel organisaties is de bewerkingstijd slechts een klein deel van de totale doorlooptijd. Dat betekent dat versnellen meestal niet zit in harder werken, maar in het verminderen van wachttijd, werkvoorraad en verstoringen.
Wanneer de bewerkingstijd laag is maar de doorlooptijd hoog, ligt de oorzaak vaak in planning, prioritering of te veel werk tegelijk in het systeem. Het toepassen van FIFO helpt om een vaste volgorde in het proces te bewaken en voorkomt dat oudere aanvragen blijven liggen terwijl nieuwe taken voorgaan.
Doorlooptijd beïnvloedt klantwaarde. Lange doorlooptijden zorgen voor vertraging, onzekerheid en extra contactmomenten. Kortere en voorspelbare doorlooptijden vergroten betrouwbaarheid.
Binnen Lean wordt doorlooptijd gebruikt om processen integraal te bekijken als een flow. Niet om mensen sneller te laten werken, maar om het systeem te verbeteren. Doorlooptijd helpt om knelpunten zichtbaar te maken, verbeteringen meetbaar te maken en het effect van keuzes te volgen in de tijd.
Een praktische vraag bij verbeteren is:
Waar in het proces wacht het werk het langst?
Wie doorlooptijd begrijpt, kijkt naar het hele proces van begin tot eind. Dat perspectief maakt gerichte verbetering mogelijk.
Doorlooptijd is de totale tijd tussen start en afronding van een proces. Het omvat zowel bewerkingstijd als wachttijd. Voor de klant telt vooral hoe lang het duurt voordat het resultaat wordt opgeleverd.
Binnen Lean wordt doorlooptijd gebruikt om het proces als geheel te begrijpen. Niet door harder te werken, maar door wachttijd, werkvoorraad en overdrachten zichtbaar te maken. Het verschil tussen doorlooptijd en bewerkingstijd laat zien waar verbeterpotentieel zit.
Doorlooptijd meten en analyseren helpt om gerichte keuzes te maken en procesprestatie structureel te verbeteren.
Wil je beter begrijpen hoe doorlooptijd samenhangt met wachttijd, werkvoorraad en klantwaarde? In onze online Lean Green Belt en online Lean Black Belt trainingen leer je hoe je processen van begin tot eind analyseert en verbetert met duidelijke data en praktische tools.
Zo leer je niet alleen wat doorlooptijd is, maar hoe je deze structureel verkort binnen jouw eigen processen.