Een betrouwbaarheidsinterval / Confidence Interval (CI) is een statistische term die gebruikt wordt om de mate van onzekerheid in een schatting te kwantificeren. Het is een interval dat, op basis van de verzamelde gegevens uit een steekproef, aangeeft waar de werkelijke waarde van een onbekende parameter van de populatie waarschijnlijk ligt.
Het betrouwbaarheidsinterval wordt typisch uitgedrukt als een bereik (bijvoorbeeld, van 40 tot 50 jaar) en wordt vaak geassocieerd met een betrouwbaarheidsniveau, zoals 95% of 99%. Dit niveau geeft de frequentie aan waarmee het interval de werkelijke parameterwaarde bevat als het experiment vele malen zou worden herhaald.
Het betrouwbaarheidsinterval is van cruciaal belang in statistische analyses omdat het inzicht geeft in de stabiliteit en betrouwbaarheid van schattingen. Het stelt onderzoekers in staat om geïnformeerde uitspraken te doen over de populatie, ondanks de beperkingen van het werken met steekproeven.
Betrouwbaarheidsintervallen spelen een essentiële rol in vrijwel alle gebieden van kwantitatief onderzoek. Ze bieden een waardevolle methode voor het inschatten van de betrouwbaarheid van onderzoeksresultaten en het nemen van gefundeerde beslissingen op basis van gegevens.