De empirische regel, of de 68-95-99.7 regel, is een statistisch principe dat wordt toegepast op normaal verdeelde gegevens, oftewel gegevens die een Gaussische verdeling volgen. Deze regel helpt bij het beoordelen van de spreiding van gegevens rond het gemiddelde, zonder diepgaande berekeningen te vereisen.
De empirische regel geeft aan hoe gegevenspunten zich verhouden tot het gemiddelde binnen bepaalde standaardafwijkingen in een normale verdeling:
Hoewel de empirische regel zeer nuttig is, is het belangrijk op te merken dat deze alleen nauwkeurig is voor gegevenssets die normaal zijn verdeeld. Voor gegevens die afwijken van een normale verdeling, zoals scheve verdelingen of die met zware staarten, geeft de empirische regel mogelijk geen correcte inzichten.
In de praktijk wordt deze regel gebruikt in kwaliteitscontrole, risicobeheer, en financiële analyse om te bepalen hoe waarschijnlijk het is dat bepaalde gebeurtenissen zullen plaatsvinden, gezien een normale verdeling van historische data.
Door de eenvoud en het brede toepassingsgebied blijft de empirische regel een fundamentele tool in de statistiek, essentieel voor professionals in diverse velden die een basisinzicht in data variabiliteit vereisen.