Little’s Law is een benadering in de wachtrijtheorie, geformuleerd door John Little in 1961. Deze wet illustreert de relatie tussen de doorlooptijd, het onderhanden werk (Work In Progress, WIP), en de gemiddelde output per tijdseenheid (Average Completion Rate, ACR) in een stabiel systeem. Little’s Law wordt breed toegepast in diverse operationele en productiecontexten om de efficiëntie van processen te analyseren en te verbeteren.
Little’s Law wordt toegepast in een breed scala aan gebieden, waaronder:
Little’s Law biedt een eenvoudige maar krachtige methode om operationele efficiëntie te beheren. Het benadrukt dat verbeteringen in procesefficiëntie, zoals het reduceren van doorlooptijden of het verminderen van WIP, leiden tot verhoogde doorstroomsnelheden en verbeterde servicekwaliteit. De wet vormt een wiskundige basis voor veel principes van Lean manufacturing en Just-In-Time (JIT) productiesystemen, waar het minimaliseren van onderhanden werk en het maximaliseren van de doorstroomsnelheid centraal staan.
Door zijn veelzijdigheid en eenvoud is Little’s Law een essentieel hulpmiddel voor het ontwerpen en verbeteren van bedrijfsprocessen in een breed scala aan industrieën.